Death Valley

Het Death Valley National Park - gelegen in het zuidoosten van Californië -is het laagstgelegen, heetste en droogste gebied van de Verenigde Staten. Kortom, een plek waar u niet veel leven zult aantreffen. Althans, dat zou u denken; dit National Park herbergt echter enkele zeer zeldzame dier- en plantensoorten.

De vallei heeft een oppervlakte van 13.628 vierkante kilometer en ligt in het zuidoostelijke deel van de staat Californië. Een klein gedeelte van het park ligt in buurstaat Nevada.

In 1994 werd het gebied uitgeroepen tot National Park. Furnace Creek bij Death Valley is vaak het startpunt voor de bezoekers van het park. Hier is het Visitor Center gelegen waar alle informatie over het park is te vinden.

Miljoenen jaren geleden was Death Valley waarschijnlijk een gebied dat uit brede dalen en lage bergen bestond. Door tektonische activiteiten veranderde het gebied in een binnenzee. Maar geleidelijk aan verdampte het water en werd het gebied een woestijn met zoutvlakten, zandduinen, canyons en bergen. De jaarlijkse regenval is zeer bescheiden, namelijk minder dan 5 cm per jaar.

Het laagste punt van Death Valley, Badwater genaamd, ligt even ten zuiden van het hart van het park en is met 86 meter onder de zeespiegel het laagste punt van het westelijk halfrond.

In Death Valley is het over het algemeen bloedheet en er hangt constant een waas van hete lucht. De hemel is azuurblauw en bijzonder helder. De helft van het jaar hangt hier een temperatuur van ongeveer 45 graden en tijdens de nachtelijke uren koelt het dan nauwelijks af. In juli 1913 werd in Furnace Creek een temperatuur gemeten van 56,7 graden Celsius, in de schaduw. Het was de op één na hoogste schaduwtemperatuur ooit ter wereld gemeten. Neem het volgende advies ter harte: ga in dit park nooit op de grond liggen, want vlak boven de grond is de temperatuur zelden lager dan 65 graden en kan deze oplopen tot 90 graden.

Zabriskie Point geeft de bezoeker een prachtig uitzicht over de Vallei des doods. Dante's View laat u het laagste punt van het Westelijk halfrond prachtig overzien. Scotty's Castle is het in 1931 gebouwd vakantiehuisje van Albert M. Johnson. Dit huis werd door de overheid gekocht in 1970 en het werd toen opengesteld voor het publiek. De Ubehebe Crater is een uitgebluste vulkaan in de buurt van Scotty's Castle waarvan men kan afdalen.

Death Valley was al sinds 1933 een National Monument, maar werd pas in 1994 een National Park. De gemiddelde regenval is er slechts 4,4 cm per jaar, aangezien het gebergte in het westen de meeste wolken de doorgang belemmert. De zon kan dus volop in het gebied stralen, wat 's zomers regelmatig leidt tot temperaturen van 49 C. De grondtemperatuur schijnt al eens opgelopen te zijn tot 88 C: nog iets meer en het water begint te koken!

Hoewel er over het algemeen weinig leven te zien is in Death Valley, is het er wel degelijk. Konijnen, ratten, vossen, zelfs schapen leven in het gebied. In een aantal permanente waterbronnen zijn zelfs unieke vissoorten te vinden.

Death Valley is het gehele jaar geopend, bij het Visitor Center in Furnace Creek ligt zelfs een klein vliegveldje. Ook per auto is het gebied goed bereikbaar; in de omgeving van Death Valley liggen meerdere grote wegen en Interstate 15 loopt zuidelijk van Death Valley. Ook door het park zelf lopen meerdere wegen heen, waarvan een gedeelte (o.a. de kampeerplaatsen en historische attracties) alleen geschikt zijn voor auto's met 4WD. Het wordt aangeraden in Death Valley zich te allen tijden tegen de zon beschermende kleding en stevige wandelschoenen te dragen.