Channel Islands

De groep eilanden, die tussen de 20 en 140 km voor de kust van zuidelijk Californië liggen, staat bekend als de Channel Islands. Dit gebied heeft al jaren een grote aantrekkingskracht op de bewoners van het vasteland.

In 1980 werden vijf van de eilanden (Anacapa, Santa Barbara, Santa Cruz, San Miguel en Santa Rosa), uitgeroepen tot beschermd gebied met de naam Channel Islands National Park.

Drie van de tot beschermd gebied verklaarde eilanden zijn onder het beheer van de Park Service: Anacapa, Santa Barbara en San Miguel. De andere twee zijn particulier bezit en kunnen zonder voorafgaande toestemming van de eigenaren niet worden bezocht. In totaal beslaat het park een oppervlakte van 505 vierkante kilometer. Dit is inclusief het water tot 11 km vanaf de kust.

San Miguel is onbewoond en heeft ernstige problemen gehad met erosie. Op het westelijke gedeelte van dit eiland komen zeeleeuwen en zeeolifanten voor. Santa Cruz is het grootste eiland.

Alle eilanden zijn alleen per boot te bereiken. Vanuit Ventura varen veerboten naar Anacapa en Santa Barbara. In de omgeving van de eilanden is de oceaan vrij ondiep maar op betrekkelijk korte afstand daalt de oceaanbodem 300 meter of meer steil omlaag.

Van de zeven soorten vinpotigen die op de wereld nog voorkomen heeft Channel Islands er zes binnen zijn grensgebied. Twee soorten zeeleeuwen en vier soorten robben komen hier in grote aantallen voor. Verder komen er talloze soorten zeevogels op de eilanden voor. Het park heeft ruige rotsklippen en golvende hoogvlakten.

Eigenlijk zijn de eilanden de toppen van boven water uitstekende onderzeese bergen. Vaak zijn de eilanden in mist gehuld vanwege de sterk wisselende weersomstandigheden. De eilanden zijn het drukst bezocht in de zomer. Het water van de Stille Oceaan is hier op z'n warmst, ongeveer 20 graden, dus zwemmen is hier heerlijk.