Californië
Informatie over Californië

Met een oppervlakte van 411.049 km2 is Californië de op twee na (Alaska en Texas) grootste staat van de Verenigde Staten, en met ruim 33 miljoen inwoners (census 2000) ook de grootste in inwoneraantal.

In het noorden grenst de staat aan Oregon, in het oosten aan Nevada en Arizona, in het zuiden aan Mexico en in het westen aan de Grote Oceaan. De hoofdstad is Sacramento.

Hoewel slechts 15% van de staat als landbouwgebied te boek staat, is Californië puur door de oppervlakte toch de meest belangrijke landbouwstaat in de VS. Bijna de helft van de staat is in handen van de federale overheid, die er tientallen natuurmonumenten zoals National Parks en National Monuments van gemaakt heeft.

Zo'n 90% van de mensen in de staat woont in een stedelijk gebied, en ongeveer 75% leeft in de drie grootste metropolen: Los Angeles, San Francisco en San Diego. Bijna 80% van de bevolking van Californië is blank; zo'n 7,5% is zwart, wat onder het nationale gemiddelde van bijna 13% ligt. Meer dan 12% van de bevolking is van Aziatische afkomst.

Californië is een staat van tegenstellingen: het noorden is meer regenachtig, het zuiden (de Colorado Desert) gloeiend heet. Californië heeft ook het hoogste en laagste punt van de 48 continentale staten: Mount Whitney met 4.418 meter boven zeeniveau en Death Valley met 86 meter onder zeeniveau.

Het kustgebied van de staat is meestendeels bergachtig en vooral in het noorden dunbevolkt; uitzonderingen zijn natuurlijk de grote steden van de staat en, meer in het algemeen, het zuidelijkste deel van Californië. Het oosten van de staat is voornamelijk woestijnachtig (o.a. de Mojave Desert), in het westen begrensd door de Sierra Nevada, een steil en hoog gebergte. De Sierra Nevada heeft vele meren op grote hoogte met als belangrijkste Lake Tahoe op 1.899 meter boven zeeniveau. Ook zijn er drie Nationale Parken binnen dit gebied: Sequoia, Kings Canyon en Yosemite National Park.

De Central Valley, tenslotte, loopt tussen het kustgebied en de Sierra Nevada door, waar voornamelijk landbouw bedreven wordt. Door de ontoegankelijkheid van het gebied (het is omsloten door bergachtige gebieden) wonen er redelijk weinig mensen. In California ligt ook de beruchte San Andreas Fault, een 1000 km lange breuk in de aardkorst. Deze breuk heeft al voor menige aardbeving gezorgd.

Geschiedenis van Californië

De eerste bewoners van Californië waren de Indianen, m.n. de Na-Dené, Hokan, Penutian en Aztec-Tanoan. Het gebied kreeg weinig aandacht tot 1769, toen er een Franciscaanse missie geopend werd, gevolgd door nog eens 20 in de daarop volgende jaren. Vanaf 1821 behoorde het gebied bij het in dat jaar onafhankelijk geworden Mexico. De eerste groepen Amerikanen arriveerden pas in 1841 in Californië. Al in 1846 kwamen ze in opstand tegen de Mexicanen en richtten ze een onafhankelijke republiek op; iets dat tot vandaag de dag op de vlag van Californië te zien is. In datzelfde jaar brak de Mexicaanse Oorlog uit, en toen die in 1848 afgelopen was stond Mexico het hele gebied af aan de Verenigde Staten.

In 1848 werd er goud gevonden in Californië, wat in 1849 tot de Gold Rush leidde. Er kwamen zoveel mensen naar het gebied, dat Californië al in 1850 voldoende inwoners had om officieel een Amerikaanse staat te worden. Die inwoners waren meestal per huifkar over het hele continent gegaan, wat niet altijd ongevaarlijk was. Aan het begin van de jaren 1860 werd met de bouw van de transcontinentale treinverbinding begonnen. Deze was in 1869 gereed, zodat mensen vanaf toen per trein zonder overstap naar Californië konden reizen. Dit leidde tot een versnelde groei van de staat van 560.000 mensen in 1870 tot bijna anderhalf miljoen mensen in 1900.

In 1906 vond de Great Earthquake, de Grote Aardbeving, plaats in San Francisco, waardoor meer dan 3.000 mensen stierven en ruim 300.000 mensen dakloos werden. Ondanks deze ramp bouwde men de stad weer snel op en Californië bleef maar doorgroeien. Deze groei werd versneld na 1929, toen duizenden mensen uit de "Dust Bowl" (centrale staten van de Verenigde Staten, waar door teveel landbouw en erosie enorme hoeveelheden land letterlijk waren weggevlogen) naar Californië kwamen op zoek naar werk.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het aantal fabrieken dat oorlogsmaterieel fabriceerde steeds groter en er was voldoende werk. Vanaf de jaren '50 en '60 kwamen er naast fabrieksarbeiders ook steeds meer academici naar de staat, wat op den duur de groei van de suburbs (voorsteden) deed toenemen. Er was ook een zuidwaartse trend waarneembaar: niet alleen de nieuwe bewoners maar ook vele bedrijven verhuisden van San Francisco naar zuidelijker gelegen steden zoals Los Angeles en San Diego. Tussen 1941 en 1962 was het bevolkingsaantal van Californië geëxplodeerd van 9 miljoen.


Klimaat in Californië

Het klimaat van Californië is warm tot zeer warm, met gemiddeld 18 C in Los Angeles en 14 C in het noordelijker gelegen San Francisco. Er zijn in de warmste gebieden dan ook eigenlijk maar twee seizoenen, het natte en het droge. Dit klimaat verklaart ook waarom de meeste mensen aan de kust wonen: de zeewind brengt daar tenminste nog enige afkoeling van de hitte.