Stewart Island is het meest zuidelijke puntje van Nieuw-Zeeland en te bereiken per Ferry waar alleen voetpassagiers op mogen. Deze Ferry staat bekend om de heftige overtocht. Ookal is het maar een uurtje varen, ontzettend veel mensen worden zeeziek. Maar als je net zoals ik zeebenen hebt, is het een lekker tochtje. Mijn heenreis was overigens perfect met weinig tot geen golven. Ik vroeg me al af waar iedereen het over had. Totdat ik aan de terugreis begon. Toen snapte ik waar het over ging. Maar goed ik heb er niet zo veel van, dus voor mij maakte het niks uit.  

Doordat niet veel mensen tijd hebben tijdens een reis naar Nieuw-Zeeland is het hier niet afgeladen met toeristen. Het eiland heeft een heerlijke rust over zich  heen. De toeristen mogen hun voertuig niet meenemen naar het eiland (Je zou eventueel wel een auto kunnen huren) . Alleen de locals beschikken over een voertuig. Het gaat er op het eiland nog een beetje ouderwets aan toe. Iedereen laat zijn sleutels in het contact zitten en gaat zo boodschappen doen of in de kroeg zitten. Er is overigens maar 1 kroeg op het eiland. Deze zit in het South Sea hotel. Ondanks dat het een hotel is zitten de locals hier ook graag. Ze kennen elkaar op het eiland zo goed dat, ze gewoon elkaars auto lenen en dan even een berichtje sturen dat ze de auto hebben geleend. Super leuk dus om even wat te gaat drinken bij het South Sea hotel, dan krijg je dit soort verhalen te horen.  

Op Stewart Island ligt 1 van The Nine Great Walks zoals de Nieuw-Zeelanders hun 9 mooiste wandelingen noemen. In de Blog van mijn collega Merel “Actief Nieuw-Zeeland” kun je hier meer over lezen. Zij heeft de volledige wandeling van een paar dagen gemaakt. Je slaapt dan in basic hutten van de DOC (Department Of Concervation) die de paden en hutten beheren. Ik heb zelf maar een deel gewandeld van de volledige wandeling. Dat is het leuke aan de wandeling op Stewart Island, als je geen wandelaar bent die een paar dagen achter elkaar loopt, kun je dus ook een deel doen.  

Wat ik zelf ontzettend leuk vond om te doen was een bezoekje aan Ulva Island. Met een heel klein bootje ga je van Stewart Island naar Ulva Island. Je ticket wordt op een blad van een boom geschreven en dan mag je mee. Ulva Island is vrij klein. In ongeveer een half uur loop je het hele eiland over als je door loopt. Maar dat is natuurlijk niet leuk. Ulva Island is een natuurlijk vogel opvanghuis. Doordat er geen roofdieren op het eiland wonen, kunnen de vogels hier in alle rust leven. Je kunt bij aankomst op het eiland een boekje voor NZD 2 kopen. Hier staan alle vogels in vermeld die je kunt zien. Super leuk en leerzaam natuurlijk.  

Stewart Island en Ulva Island zijn een van de weinige plekken op Nieuw-Zeeland waar je de Kiwi Bird kunt zien. Dé mascotte voor Nieuw-Zeeland. Nieuw-Zeelanders noemen zichzelf ook Kiwi’s. Kiwi’s zijn nacht vogels en daardoor moeilijk te spotten. Maar op Stewart Island zijn dus een aantal plekken waar ze bijna iedere avond naar toe gaan. Op het eiland laten ze je graag zien waar dit is. Ook krijg je dan een rode zak lamp mee. Dit licht is niet gevaarlijk voor hun ogen en wij kunnen ze dan als nog zien. Nu had ik zelf geen geluk met het sporten van een Kiwi in de avond, maar op Ulva Island rende er een zo voor mijn voeten langs. En dit was gewoon overdag!! Ik heb hem een klein stukje gevolgd en zo een fantastische foto kunnen maken. Zo bijzonder om hem overdag te zien in een natuurlijke omgeving!  

Verder is het ook heel erg leuk om mee te gaan op een vissersboot. Vanaf de boot kun je de prachtige kustlijn zien, eventueel zeehonden/pinguïns en leer je vissen. De vis die je vangt krijg je mee en kun je in de avond opeten! Verser kan het bijna niet!