• Overwater Bungalows bij Likuliku Lagoon Resort
  • Uitzicht op Viti Levu bij Sonaisali Island Resort
  • Vakantie Fiji
  • Duiken met walvissen bij Fiji
0 1 2 3

Fiji - Algemene Informatie

Algemene informatie over Fiji! Tips voor uw rondreis Fiji! Uw droomreis, onze specialiteit!

Algemene informatie over Fiji


Locatie van Fiji

Fiji ligt in de tropen, midden in de Stille Zuidzee op de scheidslijn van Polynesië en Melanesië. De meest dichtstbijzijnde eilanden zijn Tonga (700 km zuidoostelijk), Samoa (1200 km noordoostelijk) en Vanuatu (1100 km westelijk). Fiji ligt ten westen van de datumgrens in dezelfde tijdzone als Nieuw-Zeeland, het is daardoor één van de eerste gebieden waar de nieuwe dag begint.

Fiji bestaat uit een enorm aantal eilanden van vulkanische oorsprong, waarvan Viti Levu (met een oppervlak half zo groot als Nederland) de grootste is. Viti Levu is behoorlijk bergachtig, het binnenland bestaat uit met jungle begroeide bergen van tussen de 1500 en 2000 meter hoog. Een groot aantal buiteneilanden kan vanaf Viti Levu gemakkelijk worden bezocht per vliegtuig, waaronder Vanua Levu, Taveuni en Kadavu. De kleinere eilanden zijn vaak atollen, dit zijn koraalformatie die net boven zeeniveau uitsteken. De meeste eilanden zijn omringd door koraalriffen en turquoise gekleurde lagunes. Fiji bezit enkele van de beste duiklocaties ter wereld.

terug naar boven


Geschiedenis van Fiji

Men vermoedt dat Austronesische mensen de eerste mensen ooit waren die zich op Fiji vestigden, zo'n 3500 jaar geleden. Ongeveer 1000 jaar later zouden de eerste Melanesiërs hen gevolgd zijn. Hun oorsprong lag hoogstwaarschijnlijk in Zuidoost-Azië en ze kwamen wellicht op Fiji aan via Indonesië. Op het eiland Moturiki (Lomaiviti-eilanden) zijn archeologische vondsten gedaan van nederzettingen die teruggaan tot ongeveer 900 v.C.

In de 10de eeuw na Christus bloeide het Koninkrijk Tu'i Tonga volop in de huidige onafhankelijke staat Tonga. Fiji ondervond hier ook al snel invloed van. Zo vermoeden wetenschappers dat deze invloed uit Tonga waarschijnlijk aan de basis ligt van de intrede van Polynesische talen en cultuur in Fiji. Het Tongaanse koninkrijk begon langzaam aan te vervallen vanaf de 13de eeuw na Christus. Toen kwam er ook een Tongaanse prins aan in Fiji, namelijk Ma'afu.

In 2005 werd bekend dat bepaalde oeroude skeletten - die gevonden zijn bij de Sigatoka Sandunes (op het hoofdeiland Viti Levu) - ongeveer 3000 jaar oud zijn, waarschijnlijk toebehoren aan de eerste mensen die ooit op Fiji aankwamen. Hun oorsprong zou volgens dit onderzoek in het zuiden van China of in Taiwan liggen. Obsidiaan, een zeldzaam natuurlijk voorkomend vulkanisch glas uit Papoea-Nieuw-Guinea, werd eveneens op Sigatoka ontdekt. Volgens de theorie van proffessor Nunn - onderzoeker aan de University of the South Pacific - zijn sommige mensen ongeveer 7000 jaar geleden weggetrokken uit het zuiden van China of Taiwan om zich in Papoea Nieuw-Guinea te gaan vestigen. Vandaar zouden ze vervolgens naar Fiji gemigreerd zijn. Deze eerste cultuur op Fiji wordt de Lapita cultuur genoemd, en ze moet volgens de professor ongeveer 2500 jaar oud zijn.

Sepeti Matararaba, een archeoloog van het Fiji Museum, zegt dat deze cultuur vooral in de buurt van de kust moet gevestigd zijn, omdat juist daar de meeste overblijfselen van aardewerk en potten zijn teruggevonden (wellicht dus van de Lapita cultuur). Daarnaast werden er ook primitieve juwelen ontdekt. Om tot de ontdekking van deze Lapita cultuur te komen, waren overigens meer dan 20 verschillende archeologische vindplaatsen nodig op Fiji.

Volgens mondelinge overlevering echter, zijn de hedendaagse mensen in Fiji nakomelingen van het stamhoofd Lutunasobasoba. Zij kwamen met hem in Fiji aan per kano. Vervolgens trokken ze landinwaarts naar de bergen van Nakauvadra. Hoewel deze mondelinge traditie niet historisch of wetenschappelijk onderbouwd is, stimuleert de Fijiaanse over-heid deze mythe, en vele mensen uit Fiji geloven er dan ook in.

De eerste sporen van de Polynesische bevolking op Fiji stammen uit circa 1500 v.C. Het was ruim 1000 jaar later dat de eerste Melanesiërs per kano vanuit het westen in Fiji arriveerden. In de jaren die volgden vermengden de Melanesische en Polynesische bevolking en combineerden ook de specifieke gebruiken van de twee bevolkingsgroepen. Er ontstonden zeer hechte stammen-structuren die tot op de dag van vandaag zijn blijven bestaan. Er was een continu gevecht tussen de diverse koningen en stamhoofden, waarbij samenzwering, geweld en kannibalisme meer regel dan uitzondering waren. De bevolking was creatief bij het bouwen van grote kano's (Ndrua) en huizen (Mbures).

Ook de dans, muziek, houtsnijwerk, tapa-beschildering en kookkunst werden zeer sterk ontwikkeld. De eerste Europeaan, die Fiji (Taveuni) waarnam, was Abel Tasman in 1643. Hij voer in 1634 langs Taveuni, op zoek naar het Zuidland dat later Australië bleek te zijn. Captain James Cook landde in 1774 op enkele van de Lau eilanden (gelegen oostelijk van Viti Levu). Het was echter captain William Bligh die in 1789, na de muiterij op de Bounty, in een sloep tussen Viti Levu en Vanua Levu doorvoer. Hij bracht daarbij grote delen van de eilandengroep, met z'n op dat moment zeer gebrekkige middelen, in kaart. Goede herinneringen had hij niet aan de eilanden, want voor de noordoostkust van Viti Levu werd hij belaagd door enkele zeer vijandige kannibalen. Hij noemde de eilandengroep daarom de Cannibal Islands. In 1792 bezocht captain Bligh opnieuw de eilandengroep, nadat hij eerder met slechts enkele manschappen via Nederlands-Indië z'n weg terug gevonden had naar Europa. Ook bij z'n tweede bezoek landde hij niet op de eilanden.

Vanwege de geruchten over de wreedheden en het kannibalisme van de eilanders, was het pas in het begin van de 18e eeuw dat de eerste Europeanen op de eilanden landden. De eerste Europeanen waren walvisvaarders, ontsnapte gevangenen uit Australië, handelaren in sandalwood en andere avonturiers. Deze "beachcombers", waaronder de Zweed Charles Savage, hielpen één van de koningen (koning Cakobau van het eiland Mbau) aan Europese wapens om de andere koningen en stamhoofden te bevechten. Vanaf 1840 beheersten de achtereenvolgende koningen van Mbau het gehele eiland Viti Levu. Zelfs heden ten dage is de koning van Mbau één van de meest invloedrijke personen in de politiek van Fiji.

Prekoloniale periode

In de 18-de eeuw ontstond een welvarende handel in "Bêche de Mere" (zeekomkommers) en sandalwood. Een groot aantal Europese handelaren en missionarissen vestigden zich rond 1822 op het eiland Levuka en later ook elders in Fiji. Levuka werd de eerste moderne westerse stad in Fiji. Niet veel later, in 1830, arriveerden de eerste christelijke missionarissen vanuit Tahiti, namelijk Hatai, Arue en Tahaara. Ze kwamen aan in Lakeba en waren gebracht via Tonga door de London Missionary Society. Een kleine vier jaar later (1834) kwamen er twee nieuwe missionarissen aan in Lakeba, namelijk William Cross en David Cargill. Zij werden begeleid door afgezanten van het toenmalige Tongaanse stamhoofd Taufa'ahau en door Josua Mateineniu, een Fijiaan uit Vulaga. 1834 was tevens het jaar waarop er voor het eerst een Amerikaans expeditieschip Fiji bezocht, onder leiding van captain Charles Wilkes.

In 1845 werden er in Fiji grote hervormingen doorgevoerd onder leiding van het toenmalige stamhoofd van Viwa, Ratu Ravisa (Varani). Varani was de eerste belangrijke Fijiaanse missionaris die actief was op meerdere eilanden, en hij had eveneens een sterke invloed op een van de strijdende leiders van Fiji, namelijk Ratu Seru Cakobau. In 1847 krijgt Fiji te maken met een Tongaanse inval onder leiding van prins Enele Ma'afu van Tonga. Hij vestigde zichzelf in Lakeba in 1848. Een jaar later, in 1849, wordt per ongeluk het handelsconsulaat van John Brown Williams (Verenigde Staten) vernietigd door verdwaalde kanonskogels. Het werd vervolgens volledig geplunderd door Fijiaanse inboorlingen. In 1851 volgde hierop een (bedreigend) bezoekje van de United States Navy. Zij eisten een schadevergoeding van 5000 dollar voor het verlies van hun handelsconsulaat.

De Europeanen speelden een belangrijke rol in de oorlog, die door koning Cakobau tegen de koning van Tonga werd gevoerd. Uiteindelijk werden de, nabij Tonga gelegen, eilanden van de Lau-groep bij Fiji gevoegd. Oorlogsheld Ratu Seru Epenisa Cakobau vestigde zich als Vunivalu (hoogste stamhoofd) in 1853. Hij werd hiermee de eerste Koning van Fiji (de eerste Tui Viti). Hij bekeerde zich tot het christendom in 1854, beïnvloed door verscheidene eigen-schappen van deze religie die door de missionarissen waren ingevoerd. In Rewa brak er echter een opstand uit tegen Cakobau, maar deze werd al snel met de grond gelijk gemaakt en de leider hiervan, Mara, werd vier jaar later geëxecuteerd.

In 1855 wordt het huis van John Williams Brown vernield door brandstichting. Hierop volgde opnieuw een bezoek van een oorlogsschip (USS John Adams), en er werd 44.000 dollar schadevergoeding geëist. Het oorlogsschip zorgde eveneens voor de bezetting van enkele eilanden van Fiji als 'onderpand'.

In 1858 komt er voor het eerst een Britse consul aan in Fiji, namelijk William Thomas Pritchard. Daarnaast kwam er ook een vijandig bezoek van het schip USS Vandalia. Gezien de schulden biedt Cakobau aan om Fiji af te staan aan het Verenigd Koninkrijk voor 40.000 dollar. Dit wordt in 1862 echter geweigerd door het Verenigd Koninkrijk omdat het beweerd te hebben vastgesteld bij de aan Cakobau ondergeschikte stamhoofden dat zij hem niet allemaal aanvaarden als Koning van Fiji. Met andere woorden, volgens het Verenigd Koninkrijk is Cakobau niet bevoegd om zelf te beslissen over het al dan niet afstaan van Fiji. Mede door dit voorval wordt er in 1865 een Confederatie van Fijiaanse Stamhoofden opgericht.

Amerikaanse bedreigingen namen toe en in 1867 werd Cakobau door Europese kolonisten gekroond tot Koning van Bau, maar vanaf dan was hij uiteraard zijn titel als Koning van Fiji kwijt. In 1868 is de Polynesia Company (uit Australië) bereid om grond in de buurt van Suva over te kopen, op voorwaarde dat de Verenigde Staten Cakobau's schulden kwijtschelden. Hierop volgt in 1871 uiteindelijk de vestiging van het Koninkrijk Fiji als constitutionele monarchie. Cakobau werd er Koning van, maar de echte macht lag natuurlijk bij het Kabinet en de Wetgevende Macht van kolonisten uit Australië.

De schulden van Fiji stegen echter opnieuw de hoogte in, en in 1872 werd hierop een ambtenaar van het Verenigd Koninkrijk, John Bates Thurston, naar Fiji gezonden om met Cakobau te onderhandelen over een overname van Fiji door het Verenigd Koninkrijk. Tenslotte, op 10 oktober 1874, werd Fiji officieel een Britse kolonie.

Koloniale periode

Sir Hercules Robinson, die was aangekomen op 23 september 1874, werd aangesteld als interim-gouverneur van Fiji. In 1875 werd hij echter vervangen door Sir Arthur Gordon. In de plaats van Fiji in zijn geheel te besturen, werd door hem autonomie gegeven aan verschillende lokale stamhoofden. Wel was het vanaf nu verboden om stamoorlogen te organiseren. De kolonie werd verdeeld in vier verschillende regio's, en deze werden verder ingedeeld in 12 districten, elk geregeerd door een lokaal stamhoofd.

In 1876 werd er een Grote Raad van Stamhoofden opgericht dat bedoeld was als een soort van adviescentrum voor de gouverneur. Deze organisatie bestaat tegenwoor-dig nog steeds en ze heeft een constitutionele rol: ze is namelijk verantwoordelijk voor het kiezen van Fiji's presi-dent, een vicevoorzitter en 14 van de 32 senatoren. Zij werd aangevuld met een nieuwe organisatie, namelijk de Fijian Affairs Board. Deze twee organisaties zijn tegen-woordig de wetgevende macht van Fiji. Vroeger waren de Europese kolonisten echter niet onderworpen aan deze wetten.

In 1882 werd de hoofdstad verplaatst van Levuka naar het meer toegankelijke Suva. Verder verbood Gordon de verkoop van gronden; deze konden echter wel nog verhuurd of geleased worden. Dit beleid werd in feite voortgezet tot vandaag en tegenwoordig is 83% van Fiji nog steeds staatseigendom. Hij verbood ook de exploitatie van Fijianen als arbeiders.

Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog steeg de katoenprijs explosief. Duizenden avonturiers kwamen naar Fiji om katoen- en suikerrietplantages aan te leggen. Na verloop van tijd nam het verzet tegen koning Cakobau toe. Toen ook de katoenprijs weer daalde, ontstond een economische crisis en een geweldadige situatie. Na de mislukking van de katoenoogst in de periode 1875-1877, besloot Gordon in 1878 om contractarbeiders uit India te importeren om te werken op de suikerrietvelden (die de plaats hadden ingenomen van de katoenvelden). Hierop arriveerden op 14 mei 1879 de eerste 463 mensen uit India, een aantal dat tot het einde van deze regeling in 1916 nog zou oplopen tot 61.000. Het plan zorgde ervoor dat de Indische arbeiders vijf jaar kwamen werken in Fiji, waarna ze op eigen kosten konden terugkeren naar India, of het contract verlengen voor een nieuwe termijn van vijf jaar. Als ze kozen voor dit laatste, zou hun terugkeer worden vergoed door de overheid. De meeste Indiërs bleven in Fiji en startten kleine plantages of winkels voor zichzelf. Ondertussen werd een derde van de oorspronkelijke bevolking getroffen door de mazelen met fataal gevolg. Ter beperking van de politieke gevolgen van deze rampzalige demografische ontwikkeling, kregen de oorspronkelijke bewoners speciale politieke rechten, die ze tot op de dag van vandaag hebben behouden.

Eerste Wereldoorlog

Fiji was in feite niet rechtstreeks betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. Er heeft zich echter wel een incident voorgedaan in 1917. Graaf Felix von Luckner kwam aan op het eiland Wakaya (van de Lomaiviti-eilanden), nadat zijn schip was vastgelopen in de buurt van de Cook Eilanden. Hierop volgde een beschieting vanuit Papeete op het Franse grondgebied Tahiti. Op 21 september ging een politie-inspecteur samen met een aantal Fijianen naar Wakaya en von Luckner, die zich niet realiseerde dat deze mannen ongewapend waren, gaf zich onbewust over. De koloniale autoriteiten stonden niet toe dat mensen van Fiji zouden dienen in de oorlog. Een kleinzoon van Cakobau ging echter bij het Franse Vreemdelingenlegioen en was militair hoog gewaardeerd (hij kreeg het oorlogskruis; Croix de Guerre). Vervolgens voltooide hij een studie in rechten aan de Universiteit van Oxford, en in 1921 keerde hij uiteindelijk terug naar Fiji, zowel als oorlogsheld als allereerste academicus. In de daaropvolgende jaren zou hij uiteindelijk een invloedrijke politicus worden in Fiji en zou hij de basis leggen voor het onafhankelijke moderne Fiji.

Tweede Wereldoorlog

De Fijiërs vochten in de tweede wereldoorlog aan de zijde van de geallieerden en bleken daarbij zeer vaardige vechters. Vele duizenden inwoners zouden vrijwillig dienen in het Fiji Infantry Regiment, dat onder commando stond van sir Edward Cakobau, een andere kleinzoon van Seru Epenisa Cakobau. Het regiment werkte samen met Nieuw-Zeelandse en Australische legereenheden.

De aanval op Pearl Harbor door Japan op 8 december 1941 kondigde het begin aan van de Tweede Wereldoorlog in Azië (the Pacific War). Door zijn centrale ligging werd Fiji geselecteerd als een opleidingsbasis voor geallieerden. Er werd een landingsbaan gebouwd in Nadi (die later zou uitgroeien tot internationale luchthaven), en de kust werd bezaaid met geschutsopstellingen. Het oorlogsgeweld zelf ging echter aan Fiji voorbij. De Fijiers bouwde gedurende de oorlog een moedige reputatie op. Zo kreeg korporaal Sefanaia Sukanaivalu het Victoria Cross voor zijn dapperheid in de Slag van Bougainville.

De mensen die in der tijd vanuit India naar Fiji migreerden, weigerden echter in grote aantallen om dienst te nemen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit zou een van de vele oorzaken zijn van de naoorlogse etnische spanningen waarmee Fiji te maken zou krijgen.

terug naar boven


Politiek van Fiji

De Grote Raad van Stamhoofden, met aanvankelijk een adviserende bevoegdheid, was in 1876 opgericht. Vanaf 1904 kreeg het echter meer bevoegdheden. Zo werd het bevoegd om 6 van de 19 raadsleden te kiezen. Twee leden werden benoemd door de koloniale gouverneur van een lijst met zes kandidaten. De gouverneur zelf was het 19de lid. Het eerste genomineerde Indische lid werd benoemd in 1916.

Na de Tweede Wereldoorlog zette Fiji zijn eerste stappen naar intern zelfbestuur. De wetgevende raad werd uitgebreid tot 32 leden in 1953. 15 daarvan werden door hen gekozen en gelijk verdeeld over de drie grote etnische kieskringen (inheemse inwoners, Indische mensen en Europeanen). De Indische mensen en de Europeanen kozen direct 3 van de 5 leden. De 5 inheemse leden waren allen voorgedragen door de Grote Raad van Stamhoofden. Ratu Sukuna werd gekozen als eerste spreker.

Fiji wordt een onafhankelijke staat

In juli 1965 werd er in Londen een constitutionele conferentie gehouden om de grondwettelijke veranderingen te bespreken met het oog op de invoering van een verantwoordelijke overheid in Fiji. De Indiërs eisten de onmiddellijke invoering van een volledig zelfbestuur, met algemeen kiesrecht. Deze eisen werden echter direct afgewezen door de inheemse inwoners, aangezien zij bang waren om hun controle over het land te verliezen ten gunste van de Indiërs. De Britten waren echter vast-besloten om Fiji naar de onafhankelijkheid te brengen en de inheemse bevolking besefte dat ze weinig keus hadden. Ze probeerden dus te onderhandelen voor de beste deal die ze konden krijgen. Uiteindelijk, op 10 oktober 1970, na een lange overgangsperiode werd Fiji onafhankelijk, waar-bij een democratisch meerpartijensysteem werd gevestigd.

Militaire Coups

Bij de verkiezingen in 1986 behaalde de, door Indiërs gedomineerde, Alliance Party de meerderheid van stemmen. De Fijiërs vreesden dat hun speciale rechten zouden worden afgenomen en er ontstond tumult. In 1987 volgden binnen enkele maanden twee militaire coups onder leiding van Luitenant-Colonel Rabuka. Bij de tweede coup werd het militair leiderschap van Rabuka definitief gevestigd. Na de tweede coup trad Fiji uit het Brits Gemenebest en werd een republiek. Alhoewel de coups zonder bloedvergieten of veel geweld werden uitgevoerd, kreeg Fiji veel slechte publiciteit in de internationale media. Met name het toerisme maakte daardoor zware tijden door. De laatste jaren is op politiek en economisch vlak veel goed gemaakt en is de situatie stabiel en vreedzaam.

Sitiveni Rabuka (geboren 13 september 1948) is een Fijisch politicus. Rabuka studeerde aan een militaire academie in Nieuw-Zeeland waaraan hij in 1973 afstudeerde. Hij werkte daarna voor het Indiase defensie college en een Australische militaire academie. Van 1980 tot 1981 maakte hij deel uit van de militaire leiding van UNIFIL, de VN-troepen in Libanon. In 1982 werd Rabuka, met de rang van kolonel, benoemd tot stafchef van het Fijische leger. Van 1983 tot 1985 leidde hij het Fijian Battalion in de Sinaï, die daar gestationeerd waren als onderdeel van Multinational Force and Observers (MFO) vredesmacht.

Staatsgrepen

Na zijn terugkeer in Fiji hervatte hij zijn werk als stafchef. Op 13 mei 1987 pleegde hij vrij onverwacht een militaire staatsgreep waarbij de regering van Timoci Bavadra, een Indo-Fijiër. Rabuka nam de leiding van de Militaire Raad op zich en herstelde de macht van de etnische Fijiërs. De grondwet werd buiten werking gesteld. Rabuka benoemde Ratu Sir Penaia Ganilau tot gouverneur-generaal van Fiji, omdat deze veel gezag uitstraalde en Rabuka dacht dat hij de belangen van de etnische Fijiër zou dienen.

Ganilau probeerde echter de grondwet en de democratie te herstellen. Op 28 september 1987 pleegde Rabuka echter opnieuw een staatsgreep en verijdelde deze poging. Rabuka versterkte zijn eigen gezag en riep de republiek uit. Dit betekende dat de Britse koningin Elizabeth II niet langer het staatshoofd was van Fiji. Op 5 december benoemde Rabuka Ganilau tot president en benoemde hij Ratu Sir Kamisese Mara, die van 1966 tot begin 1987 premier was geweest, opnieuw tot regeringsleider. Rabuka trok zich terug als machthebber en leider van de Militaire Raad, maar bleef als stafchef, legercommandant, minister van Binnenlandse Zaken, Defensie en Jeugd Zaken op de achtergrond grote macht uitoefenen.

Minister-president

In 1990 kreeg Fiji een nieuwe grondwet waarbij de macht van de etnische Fijiërs verder werd versterkt. In 1991 werd Rabuka voorzitter van de Politieke Partij van Fiji. In 1992 won Rabuka als kandidaat van die partij de parlementsverkiezingen en hij vorm-de daarop een regering. In 1994 werden er na een kabinetscrisis tussentijdse verkiezingen gehouden. Hierbij verloor de Politieke Partij van Fiji (FPP) twee zetels en moest daarom een coalitie vormen. Rabuka vormde daarop een regering bestaande uit de FPP en de General Voters Party. Deze laatste partij werd gesteund door de etnische minderheden in Fiji.

De parlementsverkiezingen van 1999 werden gewonnen de door Arbeiderspartij van Fiji (sociaaldemocraten) onder leiding van de Indo-Fijiër Mahendra Chaudhry. Chaudhry werd premier.

Betrokkenheid bij de staatsgreep in Fiji in 2000

Nadien werd Rabuka tot voorzitter van de Council of Chiefs (Raad van Oudsten) gekozen. Na de staatsgreep in Fiji in 2000, waarbij Chaundhry werd afgezet, moest Rabuka in 2001 als voorzitter van de Council of Chiefs aftreden op verdenking van betrokkenheid bij de staatsgreep. Rabuka werd later ook beschuldigd voor het aanzetten van een legermuiterij, die in november 2000 plaatsvond in de Koningin Elizabeth Barakken. Over de mogelijke rechterlijke vervolging van Rabuka is anno 2005 nog geen besluit genomen.

terug naar boven


Economie van Fiji

De primaire bronnen van inkomsten zijn export van suikerriet, kopra, cocosolie, vis, goud en het toerisme. Van de totale uitvoerwaarde neemt rietsuiker 32 procent in beslag. Nog altijd zijn het de Indiërs die de plantages bewerken. Eigenaar is het staatsbedrijf Fiji Sugar Corporation. Het leunen op een dergelijke kwetsbare pijler (voor een groot deel afhankelijk van de prijspolitiek van bijvoorbeeld de EU) dwingt de regering tot het zoeken naar alternatieven. De houtindustrie (naaldhout en mahonie) biedt enig alternatief.

Secundaire inkomsten zijn de verbouw van specerijen, vanille en koffie. De bedrijven in de exportsector zijn vooral in handen van Fijiërs en buitenlanders. De voornaamste handelspartners zijn Australië en Groot-Brittannië, maar de meeste toeristen komen uit Australië en Nieuw-Zeeland.

De Indiërs domineren in de middenstand en ambachtelijke sector. Een meerderheid van de ruim 770.000 inwoners leeft echter buiten de officiële economie op nog zeer traditionele wijze. Fiji is één van de weinige eilandengroepen in de Stille Oceaan die nagenoeg zelfvoorzienend is wat betreft voedsel.

De economie van Fiji is sterk afhankelijk van het toerisme, er komen jaarlijks ruim 350.000 bezoekers uit de hele wereld. Aanvankelijk maakten veel vluchten tussen Amerika (Los Angeles en Hawaii) en Australië/Nieuw- Zeeland een tussenstop in Fiji, maar tegenwoordig is het toerisme meer afhankelijk van goedkope vluchten uit Australië en Nieuw-Zeeland (zoals van Virgin Australia), maar ook van vluchten vanuit Azië (vnl. Hong Kong, en Japan). Veel toeristen reizen met "packagedeals", waarbij ze verblijven in de grotere resorts op Viti Levu en de Mamanuca eilanden.

terug naar boven


Bevolking van Fiji

Fiji heeft een multiculturele samenleving, 50% van de bevolking is van Melanesische of Polynesische oorsprong, 45% is van Indiase oorsprong en 5% zijn van Europese of van andere Aziatische oorsprong.

De Melanesiërs hebben door vermenging met vooral Tonganezen veel Polynesische trekjes (een lichtere huidstint en en een langer gelaat dan bijv. de Salomon eilanders of Papua's), maar ook veel Polynesische gebruiken overgenomen. Terwijl de Melanesische volkeren veelal een matriarchale maatschappij voorstaan, zijn de Fijianen patriarchaal. De 'chiefs' erven hun status van hun vader en dat geldt ook voor de vererving van grond en andere eigendommen. De Fijianen zijn doorgaans ook langer dan hun westerburen. Melanesisch is daarentegen weer het overheersen van krulhaar.

De iets kleinere gemeenschap van allochtone Indiërs stamt af van de tienduizenden contractarbeiders die naar de suikerrietplantages werden gehaald en in veel gevallen niet meer naar hun land terugkeerden. Door emigratie (vooral naar Australië, als gevolg van de staatsgrepen) en een betere geboorteplanning is aan de kortstondige numerieke meerderheid, zoals die in de jaren veertig tot en met tachtig bestond, een einde gekomen.

Met name in de dorpen zijn de stamverbanden nog intact en speelt geld in het dagelijkse leven nog nauwelijks een rol. De inwoners van Fiji hebben een groot besef van hun eigen cultuur en gewoonten. De bewoners zijn over het algemeen zeer vriendelijk en gastvrij. De bewoners zijn echter ook zeer trots en hebben een sterk ontwikkeld eergevoel.

Niet altijd zijn bezoekers gewend aan het lage werktempo (ze noemen dat "Fiji time"). Maak u echter hier niet te druk over, pas u zelf aan aan de lokale omstandigheden. Er kan echter op Fiji ook hard en accuraat worden gewerkt. Een ontspannen praatje en een vriendelijke aansporing werken doorgaans beter dan nors op uw rechten staan of het geven van geld.

terug naar boven


Godsdienst en tradities van Fiji

Ongeveer 53% van de inwoners van Fiji is christelijk (vooral methodistisch), 38% is hindoe en 8% is Moslim. Die opvallende verdeling komt doordat de bevolking van Fiji op te delen is in oorspronkelijke bewoners van Fiji en inwoners wiens roots teruggaan naar India. De oorspronkelijke bewoners van Fiji bekeerden zich na de komst van de missionarissen in groten getale tot het christendom. De hindoes in Fiji namen hun geloof mee uit India, toen zij in de negentiende eeuw naar Fiji trokken om voor de Britse koloniale heersers te gaan werken. Zowel India als Fiji was destijds een Britse kolonie. De Indiërs gingen niet meer weg.

In de gemeenschap van oorspronkelijke bewoners van Fiji zijn familiebanden en afkomst erg belangrijk. Iedereen heeft een eigen rol binnen de familie en zijn sociale omge-ving. Door die rol worden sociale structuren en vriend-schappen gevormd. Ouderen en mensen met een vooraan-staande positie binnen de gemeenschap krijgen veel respect. Geboortes, huwelijken en sterfgevallen worden uitgebreid met de familie en de sociale omgeving gevierd.

terug naar boven


Klimaat van Fiji

Eén van de kenmerken van de tropische klimaatzone waarbinnen de meeste eilanden in de Stille Oceaan liggen, is de vrij constante temperatuur. Zowel in Nadi (aan de westkant van het hoofdeiland Viti Levu) als in Suva (aan de oostzijde) ligt de gemiddelde temperatuur het gehele jaar door rond de 25 graden.

De verschillen in neerslag zijn groter. De oostelijke eilanden ontvangen veel meer regen dan de westelijke. Nadi krijgt gemiddeld 1921 millimeter regen per jaar, Suva maar liefst 3161 millimeter. De meeste neerslag valt tijdens de maanden oktober tot maart, vrij droog is de periode juni tot september.

Tijdens het regenseizoen komt de regen vrijwel elke dag met bakken uit de hemel, maar welliswaar aan de regenkant van het eiland heviger en langduriger dan aan de droge kant van het eiland. De buien duren soms maar kort, maar kunnen overstromingen en aardverschuivingen tot gevolg hebben.

Tijdens de regentijd - tussen november en april (op het zuidelijke halfrond het zomerseizoen) - komen de meeste tropische cyclonen voor. Ieder jaar trekt er wel een storm met de kracht van een orkaan over Fiji, al zijn die zelden erg zwaar. Tijdens een storm dient u de adviezen van de autoriteiten of het hoetelmanagement op te volgen, om ervoor te zorgen dat u een veilig onderdak vindt.

terug naar boven


Geografie van Fiji

De Fiji-eilanden zijn erg bergachtig met pieken tot boven de 1300 meter, met als hoogste punt de Tomanivi of Victoria (1324 m). Er heerst een tropisch klimaat en de eilanden zijn bedekt met tropische bossen.

Op het grootste eiland Viti Levu bevindt zich de hoofdstad: Suva, waar bijna driekwart van de totale bevolking woont. Andere belangrijke steden op Viti Levu zijn: Lautoka (waar de grootste haven is) en Nadi (waar de grootste luchthaven zich bevindt).

terug naar boven


Landschap van Fiji

De grote eilanden zijn van vulkanische oorsprong, de kleine bestaan uit koraalriffen, versteende resten van schaaldiertjes die zich hebben gehecht aan de rand van ondergelopen vulkanen. De eilanden zijn erg bergachtig. De hoogste top op Viti Levu (Groot Fiji) is de door een hoog plateau omgeven Tomanivi (1324 meter); op Vanua Levu (Groot Land) ligt de top op 1032 meter). Geen van de vulkanen is actief. De eilanden zijn bedekt met tropische bossen.

terug naar boven


Planten van Fiji

Plantenkundigen schatten het aantal soorten op ruim drieduizend, waarvan ongeveer eenderde endemisch (inheems) is. Sommige spectaculaire boomsoorten, zoals de dakua, zijn verdwenen als gevolg van kap ten behoeve van de kano's, maar daar staat tegenover dat actief wordt gewerkt aan herbebossing met bomen die ook van economisch nut zijn, zoals mahonie. De kustvlakten zijn bebouwd met kokosplantages. Van nog groter economisch belang waren en zijn nog steeds de uitgestrekte suikerrietvelden. In beide gevallen gaat het dus om ingevoerde en aangeplante soorten. Langs enkele lagunes komen mangrovebossen voor. Voorkomende planten zijn bamboe, banyan, cacao, den, kokospalm, mango, orchidee en schroefpalm.

terug naar boven


Dieren van Fiji

Nagenoeg alle landzoogdieren zijn ingevoerd, met name door de Indiërs ten behoeve van kleinschalige veeteelt en de uitroeiing van schadelijke dieren die de suikerrietplantages bedreigden. Verder zijn er flinke aantallen reptielen en amfibieën, waaronder de Zuid-Amerikaanse gestreepte iguana. Veel spectaculairder is de grote en kleurrijke vogelpopulatie, die overigens weer bedreigd wordt door de ontbossing. Zoals overal in de Pacific is de onderwaterwereld mooi, zeker in de lagunes en in de onmiddellijke nabijheid van de koraalriffen. Verder komen op Fiji fregatvogels, honden, kippen, mangoesten, papegaaien, zeeschildpadden en zwijnen voor.

terug naar boven


Terug naar boven