Lake Clark

Honderdzestig km ten zuidwesten van Anchorage ontmoeten de Alaska Range en de Aleutian Range elkaar in het Lake Clark National Park. Het park, met een oppervlakte van 9874 vierkante km, ligt in het hart van de Chigmit Mountains langs de westkust van de Cook Inlet. De kenmerken van dit park zijn twee rokende vulkanen, ruige bergen, bergdalen, grillige kusten, gletsjers, rivieren en ijsmeren.

Lake Clark, dat voor de helft in het park loopt, biedt de aanblik van één langwerpig aquamarijnkleurig lint van door gletsjers aangevoerd water. Langs dit water zijn gekartelde bergpieken tot een hoogte van 2400 meter de uiterlijke schoonheden. De bergen worden doorsneden door de Lake Clark Pass en de Merill Pass, met aan weerskanten tientallen gletsjers en honderden watervallen die omlaag storten. Aan de oostzijde van het park zijn twee vulkanen actief: Mount Iliama en Mount Redoubt.

Voor wandelaars en trekkers is het park aantrekkelijk. Kamperen en wildwatervaren behoren ook tot de mogelijkheden in het park. Ook de hengelsport is hier een favoriete sportbeoefening. Het park is op sommige plaatsen uiterst onherbergzaam gebied. De wilde dieren hier zijn Alaska beren, het Dall sheep en de Amerikaanse eland. De inheemse eskimo's leven hier nog steeds zoals hun voorvaderen dat deden. Overal in het achterland mag gekampeerd worden. Men kan het park op eigen houtje bezoeken maar ook onder leiding van een ervaren gids.

Weersomstandigheden

De weerstomstandigheden worden beïnvloed door de zee en continentale factoren. In de zomer kan de temperatuur in het park aangenaam zijn maar de winter kan bar en streng zijn. Wel valt er in het park veel neerslag.