Gates Of The Artic

De Gates of the Arctic National Park (Poorten tot de Noordelijke IJszee) omvatten een deel van de noordelijkst gelegen voortzetting van de Rocky Mountains, ook bekend als de Brooks Range. Vaak wordt dit park omschreven als de grootste nog ongerepte wildernis van Noord-Amerika. De kenmerken van het landschap zijn scherpgetande bergpieken, snelstromende rivieren, mooie dalen en veel natuurlijke meren. In het zuidelijk deel van het park zijn de rivierdalen bebost.

Het park bestaat uit bergketens die worden doorsneden door schitterende dalen met, in de meeste gevallen, rivieren en bergmeren. Het water daarvan is kristalhelder. Het grootste deel van dit park is, ten noorden van de boomgrens, begroeid met struiken en toendravegetatie. In 1980 verkreeg dit gebied de status van nationaal park. Hiervoor was de naam Gates of the Arctic National Monument.

Het oppervlakte bedraagt 32.795 vierkante kilometers. Dit park ligt ten noordwesten van Fairbanks en is alleen te voet of per vliegtuig te bereiken. Door de moeilijke bereikbaarheid van dit nationale park is het tevens het minst bezochte park van Alaska. Het gehele park ligt binnen de poolcirkel.

Net zoals in Denali National Park komt men hier wolven, grizzlyberen, Dall sheep en Amerikaanse elanden tegen. Ook de zwarte beer, kariboes, marmotten, veelvraten en grondeekhoorns leven hier. Ook zijn er in het park diverse soorten trekvogels en arenden te vinden.

Men kan in dit park uitstekend mooie trektochten maken. Er zijn echter geen gebaande paden in het park. Wandelaars worden over het algemeen door vliegtuigjes gedropt en ook weer opgehaald. In het park zijn geen bezoekers- en slaapaccommodaties te vinden dus mocht men hier gaan wandelen dan dient men in het bezit te zijn van regen- wandelkleding, warme kleding en kampeeruitrusting.

Verder is het van belang dat deze spullen van voortreffelijke kwaliteit zijn want de omstandigheden in dit park kunnen behoorlijk streng zijn. Kampeerterreinen, logiesmogelijkheden en/of hutten zijn er niet in het park maar overal is kamperen toegestaan.

Ten zuiden van het park (op 32 km afstand) ligt het plaatsje Bettles waar een motel is met winkel en kanoverhuur. Ook zijn er excursies door ervaren gidsen als men liever niet op eigen houtje gaat ontdekken.

Weersomstandigheden

Over het algemeen zijn de zomers in het park erg mild en schommelen de maximumtemperaturen tussen de 16 en 19 graden. Zelfs in de maanden juli en augustus kan het in het park vriezen. De winters zijn over het algemeen bijzonder streng. De lente en herfst zijn behoorlijk koel en duren ook niet al te lang.