| In de
Straat van Malakka liggen enkele eilanden, die de moeite waard zijn
van een bezoek. Deze eilanden zijn: Penang, Langkawi en Pangkor. Ze
verschillen onderling erg en zijn niet te vergelijken.
Het bekendste eiland heet Penang, oftewel
"the Pearl of the Orient". Het eiland heeft hoofdzakelijk een
bevolking van Chinese afkomst en dat is te merken in de hoofdstad
Georgetown. Dit is tevens de tweede stad van Maleisië. Het is een
drukke stad. Het is er hektisch en doet Chinees aan: de huizen,
tempels, pagodes en clanhouses. Er is veel verkeer en er rijden
fietstaxi's rond. De stad wordt gedomineerd door de toren van de
Komtar. Je kunt vele dagen door deze drukke stad slenteren en de
mooiste, verborgen tempels, pagodes en clanhouses ontdekken. Er
rijdt voor toeristen echter ook een gratis bus, die een route heeft
gekozen, langs de "highlights".
De meeste toeristen verblijven niet in de stad,
maar kiezen voor Batu Ferringhi. Deze voormalige vissersplaats heeft
een langgerekt zandstrand. Hotels (7) liggen direct aan het strand.
Vanuit de tuin of zwembad van uw hotel stapt u zo het strand op.
Echter.......... ga niet de zee in. De aanlandige stroming woelt het
zand in de zee om en maakt het water troebel. Door diezelfde
aanlandige stroming worden kwallen in de richting van de kust
gedreven. De lokale bevolking gaat wel de zee, maar we kunnen baden
en snorkelen in Batu Ferringhi vergeten.
Daartegenover staan de prachtige zwembaden (oa.
Golden Sands, Park Royal en Rasa Sayang), die onder de palmbomen in
de tuin direct bij het strand liggen. Tevens kunnen we genieten van
de diverse watersportmogelijkheden: jet-ski, bananaboat-riding,
catamaran zeilen, parasailing. Voor snorkelen en kleine haaitjes
voeren, moeten we een excursie boeken naar Pulau Payar. Dit is een
beschermd natuurgebied (Marine Park) op twee uur varen vanaf
Georgetown.
's Avonds heerst er een gezellige drukte langs de
straat. De Pasar Malam begint. Verkopers maken hun kraampjes op met
horloges, tassen, t-shirts, cd's, dvd's en andere souvenirs. Penang
staat bekend om zijn "Glorious Food" en dat kunt u hier proeven in
de diverse eetstalletjes en restaurants. Er is een samensmelting van
drie keukens (de Maleise, de Chinese en de Indiase), die ieder hun
specialiteiten brengen.
Zeer gewild zijn de uitstapjes (buiten de stad)
naar o.a.: Botanical Gardens, de liggende Boeddha, de Kek Lok Si,
Vlinderboerderij, Batik Factory, de Snake Temple, Fort Cornwallis,
Penang Hill en de Tropical Fruitfarm. In de Thaise Wat
Chayamangkalaram Tempel kun je een 32 meter lange liggende
Boeddha bezichtigen. Fotograferen is verboden! Aan de voorkant van
de tempel staan twee reusachtig, kwaadaardige kijkende wachters je
op te wachten. Binnen zie je monniken met kaalgeschoren hoofden en
gekleed in saffraankleurige pijen geruisloos over de met
lotusbloesems versierde tegelvloer lopen. Rond het beeld van de
liggende Boeddha staan vele kleinere boeddhabeelden met
collectebakjes aan hun voeten. Op één van die bakjes staat
geschreven: "Aan gelovigen die deze god vereren: uw wens zal in
vervulling gaan, wat u wenst zal u ten deel vallen". Aan de
achterkant van het beeld zie je vele urnen.
Wanneer je de Wat Chayamangkalaramtempel verlaat, kun je aan de
overkant van de straat nog een prachtige Birmaanse tempel
bezichtigen.
Bukit Penang (Penang
Hill) is met 830 meter de hoogste berg van het eiland. Een
kabeltreintje brengt je naar boven. Onderweg zijn enkele
tussenstationnetjes, waar vandaan paden naar het koele woud, naar
parken en naar de bungalows lopen, die op de terrashellingen zijn
gemaakt. De 500 mensen die op de heuvel wonen, hebben een kleine
hindoe-tempel en een moskee gebouwd. Op de top kun je genieten van
een prachtig panorama over de hoofdstad, de bergen en de zee.
Air Itam ligt ongeveer 6 km van George Town, maar
door de steeds aanwezige bebouwing, denk je nog steeds in de
hoofdstad te zijn. Boven Air Itam verheft zich de Kek Lok Si
(Tempel van het Paradijs). Dit is de grootste boeddhistische tempel
van Maleisië. Naast enkele bijgebouwen is er een 32
hoge tempeltoren, waarin ontelbare boeddhabeelden staan. Men noemt
dit wel de 'pagode van de tienduizend Boeddha's'. Deze pagode, die
je kunt beklimmen, is gewijd aan alle verschijningen van Boeddha.
Volgt men de weg achter het Kek Lok Si complex
omhoog, dan kom je bij het zoetwaterreservoir van Penang. In de
rustgevende omgeving kun je wandelen en genieten van de natuur. Het
is hier wat koeler dan beneden in de stad.
Het meer is omzoomd door wuivende casuarinabomen.
Je ziet de grote vissen in het water zwemmen. Leguanen vind je langs
de oever. Een watervalletje is er op de achtergrond. Op vrije dagen
en in het weekend komen de Penangites trimmend of wandelend naar
boven om van de natuur te genieten.
De Snake Tempel bevindt zich langs de
kustweg naar het zuiden (kilometerpaal 14) in Sungai Kluang,
dichtbij Bayan Lepas. Als je de trappen naar de tempel beklimt, zal
je niets ongewoons opvallen. Maar eenmaal binnen zie je overal
slangen. Ze liggen op altaren, vazen, tafels, beneden en boven. Het
wemelt er van deze dieren. Er is buiten zelfs een boom voor de
'kleintjes'. In een aangrenzende ruimte zijn fotografen die foto's
maken van toeristen met een paar slangen om hoofd, nek en armen.
Deze slangen hebben uiteraard geen giftanden. Wie wil snorkelen of
duiken, boekt een tripje naar Pulau Payar. Dit kleine eilandje ligt
tussen Langkawi en Penang. Het is beroemd om zijn mooie
onderwaterwereld: kleurige vissen en koraal.
Op het vasteland ligt Butterworth. Vanuit George
Town varen de gele, dubbeldeks veerboten af en aan naar Butterworth.
Velen nemen liever de goedkope veerboot dan over de brug naar
Butterworth te rijden. In deze stad zijn veel fabrieken gevestigd.
Vooral 's morgens en 's avonds zijn de veerboten vol werklui, die in
Butterworth werken. Niet voor niets wordt deze plaats het
"Birmingham" van Penang genoemd. Tevens is Butterworth de plaats,
waar je de trein of bus kunt nemen naar andere steden.
Ecxcursie mogelijkheden |
| In
George Town rijdt een gratis shuttle bus voor toeristen. Deze bus
rijdt een rondje door het centrum van de stad. Je stapt op bij het
beginpunt: de Komtar (winkelcentrum met de hoge ronde toren) en het
eindstation is de Ferry naar Butterworth (vasteland). Op de heenweg
worden de haltes 1 -10 aangedaan en op de terugweg de haltes 11 -20.
Allen in de buurt van een toeristische attractie. De bus behoort om
de 12 minuten te vertrekken, maar dit is natuurlijk afhankelijk van
het drukke verkeer in George Town. Zowel op de heen als op de weg
terug, wordt een andere route gereden.
Fort Cornwallis: Vroeger het
verdedigingsbolwerk van het eiland. Het fort kijkt uit over het
water tussen het eiland en het vasteland. Er staat nog een oud,
beroemd Nederlands kanon, dat "Seri Rambai" wordt genoemd. Vrouwen
hangen over de loop van het kanon bloemen, als offer voor
vruchtbaarheid.
Khoo Kongsi tempel:
Deze tempel werd gebouwd door de Khoo clan. Dit was een rijke
Chinese handelaarfamilie in de 17e eeuw. Zij richtten zich eerst op
Melakka en later op Penang. De Koo Kongsi huizen vormden een soort
stadstaatje op Penang met zelfbestuur, financiën, scholing e.d. De
tempel werd gebouwd in 1906, toen de welvaart van Khoo clan op zijn
hoogtepunt was.De tempel is een architectuur hoogstandje!
Kapitan Keling Moskee:
Een moskee (masjid) voor de Zuid-Indiase Moslim gemeenschap, die
gebouwd werd onder leiding van de Kapitan Kelings, die de leiders
waren van de Zuid Indiase gemeenschap. Kapitan is afgeleid van het
Engelse woord "captain".
Goddess of Mercy Tempel: Deze tempel werd
gebouwd rond 1800. Er worden voor de ingang veel stokjes wierook (sandelwood)
door oud en jong aangestoken. Het heeft een typisch Chinees dak met
kunstig versierde randen.
Sri Mahariamman Tempel: De oudste
Hindoetempel van de stad. Deze is gebouwd in 1833. Boven de ingang
is het ijk versierd met diverse beelden ui de godenwereld van de
Hindoes.
Weld Quay: Dit is de weg bij de oude haven,
waar vroeger de mensen afscheid namen en elkaar verwelkomden. Er
staan nog heel wat oude statige gebouwen. Aan de waterkant vinden we
clan pieren. Huizen, die boven het water op palen zijn gebouwd. Ze
werden in de 19e eeuw gesticht door Chinese immigranten. De meesten
van hen werden veerman.
|