|
|
|

|
Nieuw-Zeeland |
|
| Natuur |
| In Nieuw-Zeeland groeit een aantal planten en
bloemen die je nergens anders ter wereld zult zien. Dit heeft te maken met
dat Nieuw-Zeeland 80 miljoen jaar een geïsoleerd gebied is geweest. Hierdoor
hadden allerlei planten en dieren de mogelijkheid zich zonder inmenging van
andere soorten flora en fauna te ontwikkelen. Dit had als gevolg dat er in
Nieuw-Zeeland veel soorten inheemse planten leven die zelfs niet in buurland
Australië zijn te vinden. Meer dan 80 miljoen jaar geleden scheidde
Nieuw-Zeeland zich af van het voormalige supercontinent Gondwana en dreef de
Grote Oceaan in. Vanaf die tijd heeft het land een unieke flora en fauna
kunnen ontwikkelen. Je vindt er vele soorten planten en dieren die je
nergens anders ter wereld tegenkomt. Zo leeft hier zelfs een afstammeling
uit de prehistorie: de tuatara. Tot de komst van de eerste Europeanen aan
het einde van de 18e eeuw, kende Nieuw-Zeeland bijna 300 vogelsoorten.
Helaas is sindsdien dit aantal met de helft gedaald. Als voornaamste reden
geldt de introductie van allerlei dieren uit Europa die de flora en fauna
van Nieuw-Zeeland ernstig schaadden. Vooral schapen, herten en konijnen
graasden er lustig op los en zijn de ruim 70 miljoen opossums tegenwoordig
een ware plaag. Ook veel meegenomen roofdieren als vossen en hermelijnen en
de ontbossing hebben de inheemse flora en fauna flink aangetast. Gelukkig
zijn er ondanks de schadelijke invloed van de mens nog genoeg bijzondere
dieren in Nieuw-Zeeland te zien. |
| |
| Vogels |
| In Nieuw-Zeeland leefden tot de
komst van de mens bijna 300 soorten vogels. Lang konden deze soorten zich
zonder een serieuze bedreiging van buitenaf ontwikkelen. Dankzij deze
relatieve rust bloeide de populatie van vleugelloze vogels als de kiwi en de
moa. Maar door de komst van eerst de Maori en later de Europeanen vielen
deze en andere inheemse vogels ten prooi aan ontbossing en geïntroduceerde
roofdieren. De moa is hierdoor uitgestorven en het aantal kiwi’s is
afgenomen van twaalf miljoen naar slechts 70.000. Ondanks deze bedreigingen
leven er voornamelijk in de bossen van Nieuw-Zeeland nog vele soorten vogels
die nergens anders ter wereld zijn te vinden. Daarnaast zijn er
verschillende soorten vogels door de Britten ingevoerd zoals wilde eenden,
fazanten, kalkoen, duiven en mussen. De kiwi is de bekendste vogel en één
van de symbolen van Nieuw-Zeeland. ‘Kiwi’ is ook een bijnaam voor de
Nieuw-Zeelander geworden. Ondanks deze beroemdheid is deze vogel nauwelijks
in het wild te spotten; het is namelijk een nachtdier dat twintig uur per
dag slaapt en zich bovendien niet makkelijk laat zien. De kiwi is een
vleugelloze vogel en wordt door deze eigenschap door allerlei roofdieren
ernstig bedreigd. Deze vogel heeft een lange snavel waarmee hij in de grond
wroet op zoek naar wormen, insecten en bessen. Het vrouwtje legt maar één ei
dat vervolgens maar liefst 80 dagen door het mannetje wordt uitgebroed. De
kiwi leeft voornamelijk in de bossen van Northland, in Fiordland en op
Stewart Island.
Andere met uitsterven bedreigde Nieuw-Zeelandse vogelsoorten zijn de
taheke, de kakapo, de black robin en de kea. Van de eerste werd gedacht dat
deze al was uitgestorven totdat er in 1948 in Fiordland een kleine kolonie
tahekes werd ontdekt. Ook dit is een vleugelloze vogel en hij leeft
voornamelijk van varenwortels. Van de kakapo zijn er nog maar zo’n 60 in
leven en deze grootste papegaai ter wereld wordt dan ook beschermd door de
Department of Conservation. Je vindt hem nog in de Marlborough Sounds en op
Stewart Island. De black robin leeft voornamelijk op de Clatham Islands. In
1980 waren er nog maar vijf van deze vogels maar door een succesvol
reddingsprogramma vliegen er nu al weer 250 op de eilanden rond. De kea is
een andere beroemde Nieuw-Zeelandse papegaai en leeft voornamelijk in de
Southern Alps. Het is de enige bergpapegaai ter wereld en wordt als
intelligent en speels gezien. Zo speels dat hij graag je rugzak en tent
sloopt wanneer je door de bergen trekt.
Een vogel die je door heel Nieuw-Zeeland tegen kunt komen is de morepork.
Deze inheemse uil geeft er de voorkeur aan eieren te leggen in rottend hout
en is dol op knaagdieren, vogels en insecten. De saddleback zie je
tegenwoordig dankzij vraatzuchtige roofdieren alleen nog maar op speciale
vogeleilanden. Het is een zwarte vogel met een bronzen rug en heeft net als
een kalkoen een lel onder zijn kin hangen. Familie van de saddleback is de
kokako. Deze vogel kan nauwelijks vliegen en wordt met uitsterven bedreigd.
Je kunt ze nog zien in de bossen van het Noordereiland. De bellbird, of de
makomako, is een prachtige zwartgroene vogel die door bijna heel
Nieuw-Zeeland is te zien, behalve in Northland. Hij dankt zijn naam aan zijn
geluid dat klinkt als een bel.
Omdat Nieuw-Zeeland wordt omringt door water, leven hier veel zeevogels.
Het beroemdst zijn de verschillende soorten pinguïns, waaronder enkele zeer
zeldzaam zijn. De fiordland crested penguin is zelfs de meeste zeldzame
pinguïnsoort ter wereld. Hij is te herkennen aan een gele streep op zijn kop
die uitloopt tot een kuif. Hij leeft op Stewart Island en in het Fiordland
National Park. Bijna net zo schaars is de yellow-eyed penguin, of de
geeloogpinguïn. Deze heeft net als de fiordland crested penguin een gele
streep maar geen kuif. Je hebt kans deze pinguïn te zien aan de zuidoostkust
van het Zuidereiland. De little blue penguin komt vaker voor en leeft met
name aan de oostkusten van Nieuw-Zeeland. Je zult hem alleen niet snel zien
want hij komt pas na zonsondergang aan land.
Andere zeevogels die je veel in Nieuw-Zeeland zult zien zijn
scholeksters, stormvogels, meeuwen, sternen en strandlopers. Beroemd is de
grote kolonie jan-van-gents bij Cape Kidnappers op het Noordereiland. In
juli strijkt hier een groep van zo’n 15.000 van deze witte vogels met
geeloranje op de witte krijtrotsen neer om een nest te maken en hun eieren
uit te broeden. De beste tijd om ze te bezoeken is tussen van november tot
en met februari. Op Taiaroa Head in Otago leeft een beschermde kolonie
koningsalbatrossen. Deze kolossale vogels hebben een spanwijdte van maar
liefst drie meter! Van mei tot en met november kun je bij de observatiepost
van Taiaroa Head deze indrukwekkende dieren zien.
Zeezoogdieren & Zoetwatervissen |
| Een van de mooiste attracties van
Nieuw-Zeeland is wel het spotten van zeezoogdieren. Vooral langs de kusten
van het Zuidereiland heb je grote kans walvissen, dolfijnen, potvissen,
pelsrobben en zeeleeuwen aan te treffen. Van de 76 soorten walvissen en
dolfijnen ter wereld leven er maar liefst 35 bij de Nieuw-Zeelandse kusten.
Vooral bij Kaikoura en Akaroa aan de oostkust van het Zuidereiland zwemmen
deze dieren in grote getalen rond. Hier komen namelijk een warme
subtropische golfstroom en een voedselrijke koude poolstroom bij elkaar en
is het zeewater hier rijk aan plankton; het het hoofdvoedsel van de potvis.
Bij deze plaatsen worden verschillende trips georganiseerd waarmee je deze
dieren zult spotten. Op het Noordereiland kun je in de Bay of Islands en de
Bay of Plenty zwemmen met dolfijnen. De potvis is de grootste walvis en
kan wel 20 m lang worden, 50 ton wegen en 70 jaar oud worden. Je zult hem
vooral aan de oostkust van het Zuidereiland treffen, al komt hij niet vaak
bovenwater. Af en toe zie je hem water opspuiten. Een andere walvis die je
rond Nieuw-Zeeland kunt aantreffen is de humpback whale. Deze is kleiner dan
de potvis en helaas met uitsterven bedreigd. De orca is de grootste
dolfijnensoort ter wereld en tegelijkertijd het grootste roofdier. Dit
zwart-witte zeezoogdier voedt zich met met andere zeezoogdieren, zeehonden,
zeevogels, pinguïns en haaien. Het mannetje kan bijna 10 m worden en 8000
kg.
Een stuk lievere dolfijn is de bottlenose dolphin. Deze wordt ook wel de
‘Flipper’-dolfijn genoemd naar de beroemde film. Deze wordt zo’n 4 m en is
de meest voorkomende dolfijn rond Nieuw-Zeeland. De dusky dolphin is tussen
de 1,6 en 1,8 m en is de meest speelse dolfijn. Met deze dolfijnen wordt
vaak gezwommen. De meest zeldzame dolfijn ter wereld is de zwart-witte
hector’s dolphin. Je kunt deze alleen maar in de wateren rond het
Zuidereiland van Nieuw-Zeeland zien. Gelukkig is de kans dat dit gebeurt
vrij groot bij Kaikoura, de Banks Peninsula en bij Purpoise Bay in de
Catlins. Bij The Nuggets, ook in de Catlins, zul je tevens de elephant seal
zien. Deze pelsrob kan wel 4 m lang worden en weegt dan zo’n 400 kg. Een
kleinere pelsrob is de new zealand fur seal, die je veel zult aantreffen bij
Kaikoura, Abel Tasman National Park en Fiordland National Park. In Otago
leeft de new zealand sea lion.
In de meren en rivieren van Nieuw-Zeeland leven verschillende soorten
zalm en forel evenals de baars, de catfish en de karper. Deze komen niet
oorspronkelijk uit dit land maar zijn door de Europese kolonisten ingevoerd.
Zo is de bruine forel afkomstig uit Groot-Brittanië. Eitjes van deze forel
zijn uitgezet op het Australische eiland Tasmanië. Vervolgens zijn de
daaruit voorgekomen vissen rond 1867 in de meren van Nieuw-Zeeland uitgezet.
Omdat in deze meren er nauwelijks natuurlijk vijanden van deze vis
rondzwommen, leven hier nu miljoenen forellen. Bovendien zijn deze ook nog
eens vijf keer groter dan hun Britse voorouders. De regenboogforel tref je
aan in de meren op het Noordereiland. Vooral in Lake Taupo op het
Noordereiland wordt er vaak naar deze forel gevist. De Australische zalm
leeft voornamelijk in rivieren op het Zuidereiland.
Reptielen & Insecten |
| De meest bijzondere reptiel van
Nieuw-Zeeland is de tuatara. Dit dier is namelijk een rechtstreekse
afstammeling uit de oertijd. Hij zou aan de dinosauriërs verwant zijn en
zijn soort is hierdoor al 220 miljoen jaar oud! De tuatara lijkt op een
hagedis en is zo’n 60 cm lang. Hij kan wel 100 jaar oud worden. Hij leeft
voornamelijk ’s nachts en eet insecten, kleine zoogdieren en vogeleieren. Op
het vaste land van Nieuw-Zeeland heb je de (kleine) kans hem te zien in de
Marlborough Sounds en anders op de Brothers en Stephens Islands. Wil je hem
zeker zien, ga dan naar de dierentuin. Een minder zeldzaam reptiel is de
groene gekko die voornamelijk in bossen voorkomt. Daar leeft hij van
insecten en nectar. Verder komen er nauwelijks andere reptielen in
Nieuw-Zeeland voor, afgezien van enkele soorten kikkers. Zo vind je er in
het wild geen slangen. De weta is een Nieuw-Zeelands insect. Hiervan zijn
er vier soorten variërend van 3,5 cm tot ongeveer 10 cm. De kleinere soorten
leven in bossen en op rotsen en de grootste zul je alleen op eilanden zien
als Little Barrier Island en de Poor Knights Islands. De enige enigszins
gevaarlijke spin in Nieuw-Zeeland is de kapito, maar deze is zeer zeldzaam.
Het beroemdste en tegelijkertijd beruchtste insect van het land is de sand
fly. Deze zul je vooral tegenkomen wanneer je gaat wandelen door de natuur,
met name door Fiordland National Park. Dit kleine zwarte vliegje slaat
genadeloos toe wanneer je even stilstaat en dan bijten ze vooral in je
enkels. Draag dus goede schoenen en lange sokken en gebruik ‘insect
repellents’ als ‘DEET’ en ‘Off! and Repel’. Ook vliegen er, met name in de
zomer na zonsonderhang, veel muggen rond.
Flora |
| Nieuw-Zeeland vormt de overgang
tussen de plantenrijken van de zogenaamde Paleotropis en Antarctis. Zo vindt
je op het bergachtige en koudere Zuidereiland veel antarctische
plantensoorten en op het Noordereiland meer dichtbegroeide regenwouden. Ooit
was Nieuw-Zeeland voor 70% bedekt met bossen maar door een
vulkaanuitbarsting, de komst van de Maori en vooral door die van de
Europeanen is hiervan een gigantisch deel verdwenen. De bomen werden gekapt
om landbouwgrond aan te leggen en het hout werd gebruikt voor huizen en
schepen van de blanke kolonisten. De inheemse vegetatie werd ook aangetast
door allerlei ingevoerde dieren van de Europeanen zoals herten, opossums en
konijnen die veel van de oorspronkelijke planten opaten.
De beroemdste
boomsoort van Nieuw-Zeeland is de kauri. Deze vind je in het noordelijke
gedeelte van het Noordereiland, vooral in het Waipoua Kauri Forest. Het is
na de redwood uit de Verenigde Staten na de grootste boom van de wereld.
Deze zilvergrijze boom heeft wel de tijd nodig, zo'n 800 jaar, om helemaal
te volgroeien maar dan is hij wel meer dan 50 m hoog! In het Waipaou Kauri
Forest staat de grootste kauri-boom ter wereld: de Tane Mahuta. Deze is maar
liefst 1200 jaar oud, 52 m hoog en 13 m breed. Hij wordt met recht 'de
heerser van het woud' genoemd. Omdat er zoveel van de kauri-bomen is gekapt
voor schepen, huizen en vanwege de harslaag, zijn deze nu beschermd en
kunnen alleen worden gekapt met een speciale vergunning.
De totara, de rimu en de kahikatea zijn andere typisch Nieuw-Zeelandse
bomen. De totara kan net als de kauri een hoge leeftijd bereiken en groeit
uit tot een hoogte van 50 tot 60 m. Hij hoort tot de familie van de
coniferen en heeft een rechte tot op grote hoogte takloze stam. Het duurzame
hout werd lang door Maori gebruikt voor oorlogskano's en gemeenschapshuizen.
De rimu is een rode pijnboom die in gemengde bossen door heel Nieuw-Zeeland
groeit en 25 tot 50 m hoog kan worden. Het hout is veel gebruikt om huizen
mee te bouwen. De kahikatea is met een hoogte van zo'n 60 m ook al een lange
boom. Er groeien oranjerode vruchten aan waar duiven maar ook Maori dol op
zijn. Verder zie je in Nieuw-Zeeland vele soorten berken, pijnbomen en
verschillende bomen met prachtige bloemen, zoals de nikau, de rata,
pohutukawa en de kowhai. De pohutukawa groeit in het noorden is een
prachtige boom met in december felrode bloemen. Vandaar dat deze boom ook
wel de 'Christmastree' wordt genoemd. De kowhai heeft in de lente opvallende
gele bloemen waar vogels als de tui honing uit halen en zijn tot de
nationale bloem van Nieuw-Zeeland uitgeroepen.
De varen is een veel voorkomende plant in de Nieuw-Zeelandse bossen. Er
groeien er maar liefst 90 soorten die soms een hoogte van 20 m bereiken. De
para, of de koningsvaren, is de meest bekende en groeit door het hele land.
De bladeren zijn opvallend door hun donkergroene bovenkant en zilveren
onderkant.. De mamaku is de grootste varen van het land en kan een hoogte
van 20 m bereiken. Het is een boomvaren met een zwarte stam met bladeren van
soms wel 7 m. In vochtige, dichtbegroeide bossen zul je deze het meeste
tegenkomen. De ponga, of zilvervaren, kan zo'n 10 m hoog worden en is
verwant aan de para. De bladeren hebben een frisgroene bovenkant en een
zilveren onderkant. Deze ponga is het nationale symbool van Nieuw-Zeeland
geworden en zie je onder andere terug op de shirts van het nationale rugby
team en de logo's van wol uit Nieuw-Zeeland.
Er zijn veel soorten bloemen en planten door Europese kolonisten in
Nieuw-Zeeland geïntroduceerd, zoals de distel, hondsroos, vingerhoedskruid
en de lupine. Deze laatste plant groeit vooral in de Southern Alps en in
Fiordland en bloeit in oktober en november. Veel van de meegenomen planten
groeiden zo enthousiast in hun nieuwe thuisland dat ze al snel een plaag
werden. Dit is vooral een probleem voor veel boeren die constant bezig
constant met het verwijderen van distels en gaspeldoorns. In Nieuw-Zeeland
groeit de grootste boterbloem van de wereld: de Mount Cook Lily. Deze witte
bloem bloeit in het voorjaar in de Southern Alps, voornamelijk bij snel
stromende riviertjes. Een andere opvallende plant in de Nieuw-Zeelandse
bergen is de schapenplant. Dit is een kussenplant groeit op aardhopen en
heeft crèmekleurige bladeren. Vanaf een afstandje lijkt dit net een groepje
schapen, vandaar de naam. Op deze hoogte groeien ook de gentiaan, de
edelweiss en de bergmadelief.
Voor meer product informatie
over Nieuw-Zeeland, ga naar: |
|
Voor meer bestemmings informatie over
Nieuw-Zeeland, ga naar: |
|
Voor reis-aanbiedingen naar Nieuw-Zeeland, ga
naar: |
|
|
| |
|
|