|
Nieuw-Zeeland Geschiedenis
Historisch gezien is Nieuw-Zeeland een jong land. Onbewoond gedurende
miljoenen jaren, tot de aankomst van de eerste Maori's. Volgens legenden
kwamen zij zo'n duizend jaar geleden in hun catamarans en kano's van een
eiland Hawaiki (Frans Polynesië). Het verhaal wil dat Kupe, een grote
Maori-navigator, zijn volk over de grote oceaan leidde naar Aotearoa
(Nieuw-Zeeland), hetgeen betekent: het land van de grote witte wolk.
Het was in 1642 dat de Nederlander Abel Tasman Nieuw- Zeeland ontdekte.
Hij was op weg naar Batavia in opdracht van de VOC. Hij ankerde zijn schip
aan de westkust van het Zuideiland. Hij werd door de Maori's niet bepaald
vriendelijk ontvangen. Verschillende leden van zijn bemanning werden door
de Maori's (kannibalen) gedood. In 1769 zette Captain James Cook voet aan
land en eiste het gebied op voor Engeland. Hij bracht Nieuw-Zeeland met
eenvoudige middelen verbazingwekkend goed in kaart. Hierna bezochten
regelmatig Europese handelaren en walvisvaarders Nieuw-Zeeland, waarbij
met name jacht op zeehonden werd gemaakt.
Langzamerhand kwamen steeds meer Engelsen naar Nieuw-Zeeland. In 1814
arriveerde de eerste missionaris, Samuel Marsden. James Busby werd in 1831
de eerste Engelse gouverneur. Tussen 1839 en 1843 kwam een grootscheepse
immigratie vanuit Engeland op gang. Mede door diverse schermutselingen met
de Maori's werd het noodzakelijk het één en ander vast te leggen in
verdragen.
In 1840 tekende William Hobson namens koningin Victoria de "Treaty
of Waitangi", waarbij Nieuw-Zeeland officieel een Britse kolonie
werd. Hobson had hierbij de Maori-stamhoofden tegen elkaar uitgespeeld en
uiteindelijk weinig keus gelaten dan in te stemmen met zijn voorstel. De
Engelsen en Maori's kregen door het verdrag in principe gelijke rechten,
maar in de praktijk domineerden de Engelsen. Er volgde een enorme instroom
van kolonisten. De Britten kochten op grote schaal land van de Maori's.
In 1840 werd Auckland de hoofdstad. De kolonisten stichtten de steden
Wellington, New Plymouth, Nelson, Dunedin en Christchurch. In 1852
verkreeg Nieuw-Zeeland grote mate van zelfbestuur. In 1865 werd Wellington
tot hoofdstad uitgeroepen. In de late 19de eeuw nam de export van zuivel,
wol en lamsvlees sterk toe. Hierdoor steeg de welvaart in snel tempo en
werd Nieuw Zeeland één van de rijkste landen ter wereld.
De 1e en 2e wereldoorlog gingen vrijwel geheel aan Nieuw-Zeeland
voorbij (Nieuw-Zeelandse troepen vochten aan geallieerde zijde in Europa
en Azië). In 1947 werd Nieuw-Zeeland onafhankelijk van Engeland. De
economie en bevolking is sindsdien verder blijven groeien. Momenteel is
Nieuw-Zeeland een modern westers land met een stabiel democratisch
bestuur, dat nog steeds geldt als immigratieland.
|