|
Dit eiland is het derde eiland in
grootte en ligt ten zuiden van het Zuidereiland.
De beide eilanden worden door de smalle zeestraat (24 km), Foveaux Strait,
van elkaar gescheiden.
Het eiland is bereikbaar per vliegtuig in 20 minuten vanuit Invercargill of
per ferry vanuit de plaats Bluff waarvandaan de overtocht een uur bedraagt.
Het eiland leent zich uitstekend voor wandeltochten, (zalm) vissen golfen en
zelfs duiken.
De Maori noemden dit Rakiura, wat
zoveel betekend als ‘het land van de oplichtende hemel’, en waarschijnlijk
verwijst naar de prachtige rode luchten die je hier vaak ziet bij
zonsopkomst.
De eerste Europeaan die Stewart Island ontdekte was James Cook die ervan uit
ging dat het vast zat aan het Zuidereiland. Pas in 1809 ging zeevaarder
William Stewart aan land en naar hem is het eiland ook vernoemd. De eerste
kolonisten leefden vooral van de houtindustrie, tinmijnindustrie en de
robben- en walvisvangst. Tegenwoordig leven de overgebleven inwoners vooral
van toerisme en de visserij.
Het eiland, dat 64 kilometer lang en 40 kilometer breed is, wordt
grotendeels bedekt door bossen en zijn er bijna geen wegen aangelegd, wat
het eiland ten goede komt.In de bossen groeien veel inheemse boomsoorten,
zoals de rimu, miro en Kamahi.
De op het eiland levende vogels zijn bijna allemaal beschermd, zo leeft er
de pijlstormvogel, de duikstormvogel en de Bull albatros. Maar wat toch wel
het hoogtepunt is, is op zoek gaan naar de kiwi’s die hier nog in hun
natuurlijke omgeving leven. Onder begeleiding van een gids kunt u gewapend
met een zaklantaarn, midden in de nacht op zoek gaan naar kiwi’s.
De enige plaats van betekenis op Stewart Island is Oban dat aan Halfmoon Bay
ligt. Oban heeft een aantal bezienswaardigheden die de moeite waard zijn.
Het Rakiura Museum op Ayr Street, herbergt een waardevolle collectie van
historische voorwerpen en kunt u informatie uit de begintijd van de
kolonisatie krijgen. Daarnaast is er ook Maori kunst in dit museum te
bewonderen.
Hoewel de plaats zo klein is dat hij eenvoudig lopend te zien is kunt u toch
een begeleide tour per bus maken, waarbij u alle hoogte punten bezoekt.
Tijdens de vele wandeltochten over goed onderhouden paden, loopt u door
mooie bossen waarbij u interessante plekken aandoet. Bijvoorbeeld naar
Observation Rock met uitzicht over Paterson Inlet en Ulva Island.
Paterson Inlet snijdt diep het land in en kunt hier veel zeevogels,
Pelsrobben, dolfijnen en pinguïns spotten. Een mooie ervaring is om per
kajak over deze Inlet te varen en indien u wilt kunt u overnachten op de
omliggende stranden tijdens meerdaagse tochten. Middenin Paterson Inlet ligt
Ulva Island dat in zijn geheel een vogelreservaat is.
Er zijn veel wandelroutes op Stewart Island, waaronder de Ryan’s Creek Track
die 3,5 uur duurt. De tocht loopt dwars door de bossen van de Paterson Inlet.
Een andere mooie tocht is de Horseshoe Point – wandeling, een vier uur
durende tocht die onder andere langs Motura Moana gaat, een inheemse tuin,
en eindigt bij Horseshoe Bay.
Veel bezoekers aan Stewart Eiland komen echter voor de North West Circuit
walk, een zware tocht voor de ervaren wandelaar. De tocht duurt 10 tot 14
dagen en kronkelt langs de noord west kust door de mooiste plekken van het
eiland. De tocht begint en eindigt op Half Moon Bay waarbij u onderweg kunt
overnachten in hutten die op loopafstand van elkaar liggen. In de zomer is
reserveren aan te raden.
Stewart Island ligt onder het Zuidereiland en er zijn twee manieren om op
het eiland te komen. De kortste en daarmee de duurste optie is een
vliegtocht van 20 minuten van Invercargill. Goedkoper is de vaartocht met de
catamaran Foveaux Express. Neem wel een reispilletje want het water tussen
het Zuidereiland en Stewart Island, de Foveaux Strait, kan behoorlijk wild
zijn. Informatie over hotels en lodges op Stewart Island,
ga naar: |