|
Het gebied dat nu de staat Utah omvat was al bewoond sinds
10.000 jaar voor Christus, waarschijnlijk door kleine groepen jagers, die in
grotten woonden bij Lake Bonneville. Rond 400 na Chr. kwamen de Anasazi
Indianen naar het gebied en bouwden hun beroemde pueblo's (dorpjes). De
Anasazi verbouwden mais en bonen in het gebied, maar verlieten het rond 1250
weer, waarschijnlijk vanwege een grote droogte.
De eerste blanken bezochten het gebied in de 18e en 19e eeuw
en troffen daar Shoshone Indianen aan, bestaande uit Paiute, Gosiute en Ute
Indianen. De Ute in het oosten van Utah bezaten al paarden en leefden van de
buffeljacht. Tot 1825 bleef het aantal blanken dat het gebied bezocht echter
laag.
Vanaf dat jaar werden er ook handelsposten in het gebied
opgezet, voornamelijk om de bonthandel te stimuleren; permanente bewoning
van blanken kwam echter vanwege het droge klimaat niet op gang. Dat gebeurde
pas in 1847, toen een groep Mormonen onder leiding van Brigham Young in het
Great Salt Lake gebied neerstreek. Young en zijn Mormonen waren gevlucht uit
het oosten van de VS vanwege de gewelddadige godsdienstdiscriminatie die ze
daar aan den lijve hadden moeten ondervinden.
De Mormonen waren vast van plan het droge gebied tot groen
paradijs om te toveren en stuurden hordes kolonisten vanuit
Salt Lake City
in alle windrichtingen. Tegen 1860 had Utah al 150 gemeenschappen met in
totaal 40.000 mensen, die door irrigatie zichzelf konden onderhouden.
In 1869, na de completering (bij Promontory, Utah) van de
spoorweg die oost en west van de VS met elkaar verbond, begonnen mijnbouw
door heel Utah heen op te komen. Dit waren niet de Mormonen, want Brigham
Young moedigde hen aan eerst de landbouw in het gebied te optimaliseren.
Zodoende kregen niet-Mormonen de kans hun greep op het gebied te vergroten.
Tussen 1860 en 1890 groeide de bevolking van Utah tot ruim
200.000 (waarvan 90% Mormoons), maar toch was Utah nog steeds geen staat van
de VS. Al vanaf 1849 hadden de Mormonen geprobeerd Utah aan te melden, maar
de VS had steeds geweigerd. Eerst moesten enkele Mormoonse parktijken,
waaronder polygamie, afgezworen worden. Toen dat gebeurd was, werd Utah in
1896 eindelijk de 45e staat van de VS.
Hoewel de eerste jaren zonder compleet Mormoonse levensstijl
moeilijk waren, paste men zich snel aan. Niet-mormonen werden op
sleutelposten in het openbare leven geplaatst en het aandeel Mormonen in de
bevolking van Utah nam af tot 68% in 1920. Nieuwe mijnstadjes werden opgezet
aan het begin van de 20e eeuw, nadat grote hoeveelheden koper en kolen waren
gevonden.
Na de Depressie van de jaren '30, waarin Utah veel schade
had geleden, werd het leven weer wat beter tijdens de Tweede Wereldoorlog,
toen de wapenindustrie en de landbouw bloeiden. Sinds die tijd is de groei
van de staat gewoon doorgegaan; nieuwe educatieve instituten en
onderzoekscentra werden in de staat opgebouwd, en ook de
informatietechnologie kwam naar Utah toe.
Tenslotte mag natuurlijk het toerisme niet vergeten worden,
dat langzaam maar zeker een steeds belangrijker plaats in de economie begon
in te nemen. De populariteit van de skigebieden en de National Parks in de
staat zorgen voor een bron van inkomsten die het hele jaar doorgaat.
Kerngegevens van Utah: |