| De eerste bewoners van Montana
waren de Indianen, o.a. vertegenwoordigd door de Blackfoot, Sioux, Shoshone,
Arapahoes, Kootenai, Cheyenne en Salish. Tot het begin van de 19e eeuw
leefden ze daar zonder blanken gezien te hebben, maar in 1803 veranderde dat
snel. In dat jaar werd het gebied dat nu Montana is Amerikaans grondgebied
door Jefferson's aankoop van de Louisiana Territory. De eerste blanken
lieten daarna niet lang op zich wachten: al in 1805 kwam de Lewis and Clark
Expedition, op weg naar de westkust, door het gebied.
De rivieren in het gebied waren zowel voor de oorspronkelijke bewoners
als de blanken van levensbelang. Langs de Bighorn werd al in 1807 een
handelspost geopend, waarna blanke 'fur trappers' (bontjagers) al snel in
grotere aantallen vanuit uitvalsbasis St. Louis in Missouri het gebied
instroomden.
Rooms-Katholieke missionarissen kwamen het gebied in de jaren '40 van de
19e eeuw binnen, maar de echte kolonisatie van het gebied begon pas na de
ontdekking van goud in Montana in 1852. In de daaropvolgende 15 jaar trokken
duizenden gelukszoekers naar het gebied en richtten snel groeiende
mijnstadjes op.
De Indianen, geschrokken door de snelle groei van het aantal blanken,
begonnen daarop terug te vechten, en niet zonder succes. Hun weerstand werd
pas in 1876 gebroken na de Slag bij Little Big Horn, toen de Sioux een
compagnie onder generaal George Custer in de pan hakten. Het Amerikaanse
leger begon na die nederlaag een grote opruimingsactie en dreef de Indianen
uiteindelijk naar reservaten.
Rond 1880 begon ook de mijnbouw op gewonere materialen, en in 1889 werd
Montana officieel een staat van de VS. Helena werd de hoofdstad en Butte een
grote mijnstad, vooral na de vondst van koper. De Anaconda Company werd door
de mijnbouw zo rijk dat ze bijna 75 jaar grote invloed hield op alle
aspecten van het leven in Montana, van kranten tot wetgeving.
Stadjes als Billings en Missoula groeiden evenzo als kool door de
mijnbouw, vooral na de aanleg van spoorwegen tussen 1880 en 1910. Ook boeren
zochten hun heil in de nieuwe staat, en grote ranches sprongen als
paddestoelen uit de grond. In 1920 verdwenen deze overigens even snel, nadat
een enorme droogte en winderosie het gebied ongeschikt maakten voor
landbouw.
Sinds de 19e eeuw heeft de mijnbouw gedomineerd in Montana, iets dat pas
rond 1980 veranderde. Olievondsten en aardgasboringen rond 1915
complementeerde de andere mijnbouw, waardoor deze industrietak tot de jaren
'60 doorgroeide. Pas in de jaren '80 sloten de mijnen, en na ruim 100 jaar
moest Montana zich op andere industrieën richten.
Tegenwoordig hebben toerisme en minder vervuilende industrieën de scepter
overgenomen in Montana, waardoor de natuur ook weer meer kans krijgt.
|