| In het zuidwesten van de staat
Colorado kunt u dit park vinden. Het 211 vierkante kilometer tellende park
werd in 1906 gecreëerd. Het park beslaat een majestueus plateau dat oprijst
uit de woestijn die het berglandschap van Colorado omzoomt. De bekendheid
van dit park is te danken aan de rotsnederzettingen en anders sporen die de
vroegere bewoning van dit gebied aangeven. In september 1978 werd het park
door de UNESCO verheven tot World Cultural Site.
Ongeveer vijftienhonderd tot dertienhonderd jaar geleden vestigde zich
hier een groep indianen. De cultuur kwam tot bloei maar om nog
onopgehelderde redenen lieten ze omstreeks het einde van de dertiende eeuw
hun nederzetting in de steek. Vrijwel alle, of op z'n minst erg veel,
persoonlijke bezittingen bleven achter bij de nederzetting. Een deel van
deze artefacten wordt met zorg bewaard in het park. De archeologen die als
eerste de nederzetting onderzochten gaven aan de indianen de naam van
Mandenmakers mee vanwege hun uitstekende bekwaamheid in het vlechten van
manden. Ook maakte de indianen aardewerk maar dat was van aanzienlijk
mindere kwaliteit.
In het begin woonde de indianen in zogenaamde Pithouses, woningen die in
de grond werden uitgegraven waardoor de wanden van de kuilen als muren
fungeerden. Deze kuilwoningen vormden kleine dorpen, gewoonlijk onder de
oppervlakte van de Mesa - zoals een tafelplateau wordt genoemd. In sommige
gevallen bouwden ze hun woningen in de grotten in het gesteente. In de rode,
zware door de wind bestormde bodem van de Mesa verbouwden de indianen
gewassen als maïs, bonen en pompoenen. De huisdieren waren honden en
kalkoenen maar ook vogels die voor hun veren werden gefokt. Van de
kalkoenveren werden dekens gevlochten voor de strenge wintermaanden.
Eeuwenlang ging het de mandenmakers voor de wind maar omstreeks het midden
van de 8ste eeuw begonnen hun nakomelingen, de Pueblo Indianen, hun huizen
bovengronds te bouwen. Hiervoor gebruikte ze palen om de omvang van het huis
te bepalen. Vervolgens vlochten ze dwarsverbindingen tussen deze palen en
vervaardigden het dak op dezelfde manier. Over het huis kwam een dikke
leemlaag om het waterdicht te maken. Voor het jaar 1000 verdrong het
metselwerk de traditionele bouwwijze van vlechtwerk en leem. Ze bouwden nu
stevige, compacte behuizingen in de vorm van een flatgebouw. Sommige
behuizingen waren wel drie verdiepingen hoog met meer dan 50 vertrekken. In
veel gevallen werden deze huizen rond binnenplaatsen gebouwd, waaronder
kivas (grote ceremoniële ruimten) waren uitgegraven.
Rond de 12de eeuw is er iets gebeurd wat er voor zorgde dat de
levenswijze van de indianen grondig veranderde. De behuizingen werden
verlaten en men vestigde zich in de grotten in de rotswanden van het
tafelplateau. Deze rotswoningen waren een lastig bereikbare maar goed te
verdedigen plek. Naar de redenen voor deze verhuizing kan alleen maar worden
gegist. Het meest aannemelijke is dat de verhuizing plaatsvond vanwege
oorlog met een andere stam. Dat de verhuizing defensieve redenen had is in
ieder geval een feit. De bewoning duurde nog geen eeuw want aan het eind van
de 13de eeuw verlieten de indianen Mesa Verde voorgoed.
Kerngegevens van Colorado |